Het is wat wennen zonder de PvdA. Als kind al was ik onder de indruk van ‘dat rode daar’. Overal zag je PvdA. Vakbondsmensen met een rood hart en een wat morsig uiterlijk. Arbeiders. Werklieden. De gewone man en vrouw. Het was voor mij een duidelijk omlijnd type. Het waren mensen met een andere kalender. Voor hen betekenden de christelijke feestdagen met name een paar vrije dagen. En die mochten blijven. Maar voor hen was het vooral 1 mei, de dag van de Arbeid. PvdA hoort zo bij Nederland dat het wat raar en onwennig is dat ze nu op 9 zetels staan, een klap van 29 zetels. Net zoals het CDA destijds zo’n enorme dreun heeft gehad dat Maxime Verhagen snikte: ‘maar ik hou zo van deze partij’. Wanhoop als je verloren ziet gaan wat je je hele leven zo dierbaar was.

De PvdA was stevig verankerd in arbeidersgebieden en steden. Belangrijke voormannen hadden ze die bereid waren de bühne op te gaan om te strijden voor volk en vaderland. Joop den Uijl, Wim Kok, Job Cohen. Robuuste mannen. Wat is daar nu nog van over? De verkiezingen laten een bikkelhard beeld zien. PvdA is in geen enkele gemeente meer de grootste en verliest in bijna alle gemeenten. Dat was overigens ook al zo bij de verkiezingen voor de Provinciale Staten in 2015. Het ND maakte een paar informatieve plaatjes van de huidige verkiezingen. Helaas alleen toegankelijk voor hun lezers. Het plaatje van de PvdA geeft een erg duidelijk beeld. Het noorden heeft de PvdA massaal vaarwel gezegd. Dieprode gebieden in Groningen zien het niet meer zitten met de PvdA. Ze voelen zich in de steek gelaten. Het is dan ook de regio waar de meeste klappen vallen door werkloosheid, huisvesting van vluchtelingen, bodemverzakking door gaswinning etc. Groningers voelen zich vergeten en stappen over. Het noorden van Groningen naar het CDA, het midden naar de SP en het zuiden naar de PVV.

Hoe komt dat nou, dat ze zo onderuit zijn gegaan? Ik zie een aantal redenen.

1. Het is geen vakbondspartij meer. Ze zijn de mentaliteit van de arbeider en de vakbond kwijtgeraakt bij het aantreden van mensen als Wouter Bos en Diederik Samson. Beide mannen waren vakkundige bestuurders, maar waren geen typische PvdA mensen. Het was al heel wat dat Wouter Bos zijn stropdas af had, maar qua type leek hij in geen velden of wegen op zijn illustere voorgangers. Ook de kundige Jeroen Dijsselbloem zou je eerder bij de VVD verwachten dan bij de PvdA. PvdA-ers in hard en nieren herkennen zich niet meer in deze mensen.

2. De PvdA heeft geen kans gezien te verjongen. De NOS heeft een mooi plaatje gemaakt van hoe de jongeren hebben gestemd. Je ziet dat GroenLinks het beste in staat is jongeren te enthousiasmeren, direct gevolgd door ChristenUnie en SGP. En wie heeft de laatste plaats? Jawel, PvdA. Het is een partij geworden van vergane glorie waar nog een flink aantal oude getrouwe arbeiders op hebben gestemd. Maar heel, heel weinig jongeren. Het leeft niet meer. Sterfhuis.

3. Lodewijk Asscher is geen partijleider. Non-verbaal smeekt Lodewijk Asscher om steun. Hij is te beschaafd, te beleefd, te wellevend, te compassievol, te compromisrijk om de PvdA te leiden. Laat staan om ze uit het slob te halen. En tot overmaat van ramp wordt er nu hardop getwijfeld of de enige overgebleven oude rot in het verhaal, Hans Spekman, wel kan aanblijven als voorzitter van de PvdA.

4. Nederland heeft het sterke gevoel dat de PvdA zich heeft verkocht aan de VVD. Een hardnekkig en sterk gevoel. Hoe het dan wel had gemoeten met de crisis wordt niet zo duidelijk, maar de kwetsbare kant van Nederland had zijn vertrouwen massaal op de PvdA gesteld en is daar nu massaal in teleurgesteld. Zelfs zo sterk dat een ‘niet meer, nooit meer’ gevoel komt bovendrijven. Wat mij betreft te sterk. Ik ben blij met de PvdA ministers die hun nek hebben uitgestoken in moeilijke tijden. En natuurlijk, er moet een hoop gerepareerd worden. Met name in de zachtere sectoren van Zorg en Onderwijs waar passievolle medewerkers doorgaans niet zo snel demonstreren maar liever een tandje erbij doen. Zij verdienen herstel van vertrouwen en investering in geld en mensen.

Ik vind het niet leuk om dit zo op te schrijven. Voor goed (lands)bestuur is één van de belangrijke voorwaarden dat je voldoende tegengestelde krachten in huis hebt. Als je kijkt naar de verhouding links – midden – rechts dan zien we dat rechts krachtig aanwezig is in PVV, VVD en SGP en bovendien goede VVD bestuurders levert. Het midden is ook krachtig aanwezig in D66 en CDA. Ook zij kunnen goede bestuurders leveren. Maar links is een ander verhaal. GroenLinks, PvdD en SP zijn met name bevlogen bewegingen op links, net zoals PVV een bevlogen beweging op rechts is. Maar hebben GroenLinks en SP voldoende bestuurscapaciteit om het land te besturen? Hebben ze een voldoende breed en doordacht programma? Dat vraag ik mij af. Een VVD-CDA-D66-GroenLinks coalitie met Jesse Klaver als minister lijkt me nog wat te prematuur. Resteert op links midden alleen de ChristenUnie. Een VVD-D66-CDA-CU coalitie is denk ik het meest kansrijk maar dan moet Pia Dijkstra met haar ‘voltooid leven’ pleidooi even in de ijskast.

Terug naar de PvdA, op sterven na dood. Wat is hun erfenis? Een aantal bewegingen op links. In die zin gaat hun gedachtegoed niet verloren. Maar de PvdA is er naar mijn mening niet in geslaagd om het stokje over te dragen aan ‘nieuw links’. Kijk je bijvoorbeeld naar de burgemeesters in Nederland dan zitten er ‘nog’ 78 PvdA burgemeesters in het zadel tegenover 9 GroenLinks, 0 SP en 0 PvdD. Aan Commissarissen van de Koning waren er twee PvdA-ers, maar sinds het vertrek van Jacques Tichelaar is alleen Leen Verbeek nog over namens de PvdA. Verder 0 van GroenLinks, 0 SP en 0 PdvD. Geen ervaren bewindslieden op deze stoelen betekent direct dat er een gat zit tussen de lokale politiek en de landelijke politiek.

Mijn conclusie: deze uitslag is niet alleen een ramp voor de PvdA, maar voor heel links Nederland.

Tagged on: