Gisteren sprak Michiel Koelewijn uit Zeewolde in onze gemeente over ‘Gods economie’. De preek maakte wat los bij verschillende gemeenteleden. Verschillende gedachten kwamen bij mij op die ik hier wil delen.

& Geven is belangrijk, voor iedereen. God gaf zijn eigen Zoon aan ons mensheid om ons te redden van ons doodlopende pad. Voor God is geven en overgave ontzettend belangrijk. Hij vraagt je je leven aan Hem te geven. Of zoals Michiel Koelewijn het zei: ‘je gaat over van het koninkrijk van de wereld over in het Koninkrijk van God’. Daarmee komt alles in ander perspectief te staan. De rest is afgeleide daarvan. Een belangrijk principe binnen het Koninkrijk van God is geven zonder tegenprestatie. ‘Geef en je zal gegeven worden’. Loopt als een belangrijke rode draad door de Bijbel. Denk bv aan ‘vergeef ons onze schulden zoals ook wij vergeven onze schuldenaren’ (vergeving) of aan ‘test Mij maar uit’ (geven van de tienden). Ik merk dat die geestelijke intentie ook maatschappelijk doorwerkt. Het is voor onze maatschappij zo belangrijk dat we op allerlei terreinen ruimhartig blijven geven in geld, tijd en energie. Zonder direct een tegenprestatie te verlangen.

& God ziet het hart aan, ook als het om geven gaat. Investeren in het Koninkrijk van Jezus is een andere wetmatigheid dan investeren in het koninkrijk van de wereld. God wil dat we primair met ons hart investeren omdat hij (primair) het hart aanziet. Dus dat je met je hart uit liefde 10% van je inkomen geeft en niet als een rationele daad met het oog op een bepaald rendement. Het sluipt er zomaar in, zo’n rationeel paadje van ‘ik geef mijn tienden want dan gaat God mij zegenen’. Het penninkje van de weduwe wijst Jezus aan als een belangrijke gift. Objectief was het niet veel, maar ze gaf met haar hart wat ze had. In vertrouwen, niet uit winstbejag. Bij Gods economie horen primair andere termen zoals genade, onverdiende gunst, trouw, vrijgevigheid, warmhartigheid etc. Met om die hart-schil een ratio-schil van wijsheid, verantwoordelijkheid, bezonnenheid, orde, keuze etc. Maar in die volgorde, niet andersom. Eerst het hart, dan de ratio. Wij ervaren in ons gezin dat geven gelukkig maakt en met name op momenten dat we het spontaan en weinig calculerend doen. Omdat we denken dat het goed is. Of omdat we ervaren dat God het op ons hart legt. Maar ook wij hebben een giftenrekening met bepaalde standaard doelen, dus een zekere ratio is ook ons niet vreemd. Voor mensen die hier niet vertrouwd mee zijn klinkt dat heel gek. Zoveel weggeven? Hoe ook, we zijn nog nooit iets tekort gekomen als we gaven.

& Rijkdom en armoede hebben op aarde veel te maken met macht. Je kunt nog zulke mooie principes verwoorden, maar feit is dat veel mensen gebukt gaan onder een hoop ellende waar ze zelf niets aan kunnen veranderen. Ik denk dat er om die reden zo ontzettend veel teksten in de Bijbel staan over recht en onrecht en dat die teksten vaak een directe link hebben naar slecht leiderschap. Als door slecht leiderschap mensen onderdrukt worden, gevangen worden genomen, beroofd worden of in welke mate ook niet tot ontplooiing kunnen komen dan is dat een kwelling in Gods ogen. Dat kan op land-niveau zijn, het kan gaan over kerkleiders, maar het kan ook gaan over ouders van kinderen etc. Machtsmisbruik betekent dat mooie mensen niet tot de bloei komen zoals ze bedoeld zijn. En dat je ze bovendien de zegen van het geven ontneemt.

& Rijkdom en armoede heeft ook veel te maken met je DNA en je ontwikkeling. Een flink aantal mensen leeft in armoede omdat ze niet de structuur kunnen pakken om er uit te komen. Doordat ze met weinig IQ geboren zijn, door eigen toedoen en/of door het toedoen van hun sociale schil. Ik ben blij in een land te wonen waar er vangnetten zijn voor mensen die in armoede leven. En dat er bovendien tal van organisaties oog hebben voor tal van facetten rond armoede. Uiteindelijk hebben we een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Dat betekent dat als zij arm zijn, dan zijn wij arm. Zijn zij rijk zijn, dan zijn wij rijk. Ik denk wel eens: ‘Het zou al heel wat schelen als iedereen die het goed heeft zich zou verbinden aan één persoon of familie die het zwaar heeft. Een soort landelijk of kerkelijk maatjessysteem’. Met als onderliggende gedachte dat God overvloed wil voor alle mensen. Dat zie je toch aan de hele schepping, dat die gebouwd is op overvloed? De schepping had zoveel soberder gekund in kleuren, soorten, smaken, geuren, temperaturen, menstypen etc. etc. God wil geen armoede en evenmin een schrijnend ongelijke verdeling van rijkdom en armoede. En daar kunnen wij een rol van betekenis in vervullen; om tot een rechtvaardige verdeling te komen.