Soms komt in Den Haag even het eerlijke geluid naar buiten. Even zeggen wat je er echt van vindt, los van diplomatiek geblaat en los van fractiediscipline. Even onder ons, wij mensen van een Haags zaaltje. Verademing. Zo verging het minister Stef Blok van Buitenlandse Zaken. Afgelopen week hield hij een betoog over de multiculturele samenleving in een Haags zaaltje. Over Suriname als failed state en dat hij geen samenleving kent waarin multicultureel samenleven succesvol is. In binnen- en buitenland werd zijn betoog – met een behoorlijke berg boter op het hoofd – met verbijstering en ongeloof ontvangen.

Ik geloof hem dat hij zijn schuld betuigt. Niet zozeer over wat hij gezegd heeft, maar om de commotie die hij veroorzaakt heeft door zijn lompe taal. Gevoelige boodschappen hebben nou eenmaal ‘sandwich’ nodig, ze moeten als een hamburger tussen twee sandwichbroodjes opgediend worden. Die sandwich ontbreekt en dan krijg je de rauwe boodschap; taai vlees zonder niks. Doe je het met een zalvende stem en neem je de mensen goed mee in je verhaal a la Asscher en Buma dan kan dezelfde hamburger tussen sandwiches prima smaken. Het vervelende voor Blok is dat dit niet een enkel woord, een opwelling of een achterovergedrukt bonnetje is. Dit is een complete speech. En dus kan Blok onmogelijk ontkennen dat hij het zo gewild, bedoeld, bedacht, gevoeld etc. heeft. Dit is de echte Blok in zijn veilige Haagse bubble. En zo ver ligt dat geluid niet af van de VVD-koers. Ter wille van de coalitiepartners wordt het wellicht allemaal wat handig verwoord, maar hier hebben we de echte VVD zonder diplomatie. Bovendien hebben we hier de vertrouweling van Premier Mark Rutte. De man die tegen wil en dank door ging in de politiek omdat Rutte niemand anders kon vinden die wilde. De man de werd geroemd om zijn verbindende en resultaatgerichte aanpak. Niet de man van de ongenuanceerde uitspraken. Wat zal er gebeuren als Rutte besluit om Donald Tusk op te volgen als voorzitter van de Europese Raad (zie mijn eerdere blog)? Alle seinen (rondje Europa, bezoek Trump, Ruttes imago in Europa) staan daarvoor op groen. In de pers wordt er steeds meer over gespeculeerd, zoals Stephan Sanders deze week in de Volkskrant en Frank Ankersmit vandaag in het Nederlands Dagblad. Krijgt Nederland dan een rechtsere Premier dan Rutte? Misschien een wat onwennig idee, maar je ziet rechts opkomen in heel Europa. Heel sterk in landen als Oostenrijk en Hongarije, maar ook onmiskenbaar in opmars in landen als België, Nederland, Zweden, Denemarken, Frankrijk, Zwitserland en recent daarbij ook Italië. Eén ding is duidelijk: de kans dat Blok na alle commotie nog een kans maakt voor deze post is klein..

Terug naar de commotie. Bij zulke opwinding probeer ik te analyseren waar precies de pijn zit, waar het fout gaat. ND redacteur Jan van Benthem schrijft vandaag in zijn column ‘inhoudelijk zijn Bloks beweringen niet ver van de waarheid’, om te vervolgen met ‘een minister die met dergelijke situaties te maken krijgt zoekt samen met de betrokkenen naar oplossingen. Zijn woorden tellen in de discussie immers extra zwaar mee: hij vertegenwoordigt regering en land. Precies dat heeft Blok genegeerd’.

We leven in een verwarrende tijd. Binnen de samenleving is er veel vervreemding. Minister Blok doelt op de vervreemding tussen etnische groepen in Nederland. We doen in Nederland veel aan wat iemand ooit zo mooi typeerde als ‘zo dicht mogelijk langs elkaar heen leven’. We zijn Nederlanders en voelen ons vanuit onze Calvinistische aard gedrongen om vreedzaam en tolerant met iedereen samen te leven. Voeg daarbij een scheut VOC mentaliteit van een klein land dat er op uit gaat en met iedereen contacten kan en wil leggen. Ons Nederlanders vind je overal op de wereld, je kunt het zo gek niet bedenken. Overal zijn we de goedgebekte, kundige en strevende wereldverbeteraars die onze activiteiten ten goede laten komen aan de BV Nederland. Het is dat het met het WK niet zo wilde lukken, anders was het zelf-plaatje net zo perfect geweest als menige voortuin in ons landje. Maar in de kern zijn we als Nederlanders ook onafhankelijk. Hebben we alle 17 miljoen onze eigen mening die we koesteren als onaanraakbaar privé bezit, maar die ook zomaar wordt meegezogen door een stroming van links of rechts. We vinden het ergerlijk als iemand zich met onze privé keuzes bemoeit, of dat nou een kerkelijke of een burgerlijke gemeente is. En in toenemende mate vinden we het lastig om ons überhaupt aan iets of iemand te onderwerpen of te a priori te gehoorzamen aan God of mens.

Dit zo dicht mogelijk langs elkaar heen leven heeft meerdere schillen. In de kern hebben we elk onze intimi: familie, vrienden. Daaromheen alles en iedereen met wie we vrijwillig en bewust omgaan: collega’s, kerkgenoten, medesporters, social media vrienden. Daarna wordt het interessant. Is ‘het buiten’ één schil of ervaren we meerdere schillen? Maakt het voor ons uit of er een autochtone Nederlandse buurman naast ons woont of een allochtone buurman? En wat maakt dan dat verschil? Ik denk dat het voor de meeste mensen toch om twee schillen gaat. Dat je die Nederlandse buurman met zijn vervelende herrie die je eigenlijk nooit spreekt meer als 3e schiller ziet en die Syrische buurman met zijn andere taal en gewoontes die je evenmin spreekt als 4e schiller. Die schilverdeling heeft te maken met cultuur. Daarom even wat dieper over het waarom van de 4e schil. Het heeft alles te maken met de mate waarin allochtone medelanders hun best doen om cultureel op te schuiven naar de 3e schil – en daarmee evenredig de mate waarin autochtone Nederlanders dat toelaten. Rond culturele identiteit zijn 4 zaken aanwijsbaar (bron: Organisational Psychology van de Open Universiteit):

  1. Verhalen. Welke verhalen vertelt een moslim Marokkaan of een christen Syriër zijn kinderen? Ongetwijfeld zijn dat de verhalen die passen bij de Marokkaanse en de Syrische cultuur. Het land, de geuren, de mensen, de gebruiken, het geloof, de historie, de trots en het verdriet van de natie worden met passie gedeeld. Iedereen neemt zijn kinderen mee in de waardering van het land. De TV met schotelantenne en het internet voegen in de huiskamer verhalen in eigen taal aan toe. Dat geldt ook voor Nederlanders die in het buitenland wonen. Je blijft Nederlander en al is het misschien wat wennen als je na 10 jaar terugkeert, maar het went snel weer. Pas met de 2e of 3e generatie van mensen die niet (meer) in het land van origine gewoond hebben treedt een verschuiving op. Maar ook dan is het belangrijk welke verhalen er worden gedeeld.
  2. Rituelen. Iedere cultuur kent zijn rituelen. We hebben het niet door, maar ook wij Nederlanders hebben oneindig veel rituelen. Bewust en onbewust. Het duimpje omhoog, de begrafenisstoet, de collectebus, onze doorkijkwoningen, de volkstuintjes, liever een rotonde dan een stoplicht, iedereen is je en jij, Sinterklaas, Elfstedentocht, oranje gekte, het Nederlandse lied etc. etc. Veel van die rituelen delen we in gemeenschap met elkaar. Die doen we samen, daar spreken we samen over. Bosniërs die in Nederland wonen hebben een eigen community met hoogtijdagen; Nederlanders die in Bosnië wonen idem.
  3. Materiele symbolen. Veel mensen uit andere culturen hebben bij de inrichting van huis en tuin een totaal andere beleving dan autochtone Nederlanders hebben. Voelen we bij social aid cases ergens plaatsvervangende schaamte voor een voortuin waar totaal niet voor wordt gezorgd – hoe kunnen we deze mensen helpen om er weer bovenop te komen -, bij mensen uit andere culturen zien we het meer als hun cultuur uiting en vinden we dat zich meer in moeten spannen om Nederlander te lijken. Maar voor veel mensen uit andere culturen is een peertje aan het plafond helemaal niet raar en een oud bankstel prima. Het gaat hen veel meer om eten en relatie. Een gezamenlijke maaltijd is voor hen een veel krachtiger symbool dan een nette voortuin. ‘s Avonds vind je de gordijnen dicht omdat ze dat gewend zijn, wellicht omdat de sociale controle in hun land van herkomst groot is en – ook niet onbelangrijk – omdat de vrouwen in huis dan hun hoofddoek – ook een materieel symbool – af kunnen doen.
  4. Taal. Taal is een diep mechanisme. Knappe Afghaan als ze net zo vlekkeloos Nederlands kan leren spreken als wij dat doen. Maar thuis zal de Afghaan haar eigen Dari of Pasjoe blijven spreken. Dat doen wij toch ook als we met onze kinderen in het buitenland wonen? De integrerende Nederlander zal er op gebrand zijn de lokale taal te leren en te spreken. Maar onder elkaar is de voertaal gewoon Nederlanders, hooguit met allerlei lokale woorden er doorheen gemixt.

Deze opsomming heeft ook betekenis bij het ‘uitzetten’, ‘wegsturen’ etc. van ‘vreemdelingen’. Nederland is nogal in de ban van deze situaties, met name als het om kinderen gaat. Zoals de rel rond Howick en Lily en rond de familie Andropov. Natuurlijk snap ik dat ze graag in Nederland blijven. Dat het voor hun klasgenootjes pijnlijk is. Dat mensen in actie komen tegen onrecht. Maar de argumenten die gebruikt worden rammelen. Is het barbaars voor de kinderen? Dat ligt eraan hoe de bovengenoemde 4 cultuurelementen zijn ingevuld. Als Howick en Lily thuis met de Armeense verhalen zijn gevoed, Armeense rituelen hebben geleerd, Armeense materiele symbolen hebben omarmd en de Armeense taal thuis hebben gesproken dan is de verhuizing naar Armenië hooguit onwennig, maar ook vertrouwd. Dat de rechter daarbij kijkt of de verhuizing het kind in de ontwikkeling zal storen vind ik ook wat moeizaam. Een verhuizing naar het buitenland heeft voor bijna elk kind een enorme impact.

De opsomming van cultuurelementen heeft ook betekenis voor de overige schillen. Als ik me niet vergis hebben wij Nederlanders steeds meer de neiging om in onze eigen bubble te leven. Dat kan een kerkelijke bubble zijn of een kleine-buurt-bubble, zoals ‘Schilderswijk’ of ‘Benoordenhout’. Wat minister Blok als onderlaag aanwijst is dat we steeds meer moeite hebben om verbinding met elkaar te maken, hoezeer het woord ‘verbinding’ de laatste jaren ook wordt opgeboerd. We spreken elkaar niet in de trein, we spreken elkaar niet op straat. We leven zo dicht mogelijk langs elkaar heen, zelfs op social media (zoals ik nu doe ;). De winst van de opmerking van Blok is wat mij betreft dat hij zijn vinger legt bij schraalheid. Met daarbij de impliciete vraag: Gaan we verder verschralen en echt langs elkaar heen leven? Of blijven we – even los van een adequate migratieprocedure, die moet er ook gewoon zijn – het wonder van het gewone zoeken in vormen van medemenselijkheid? Gewoon de buurvrouw uitnodigen om te komen eten, je huis openstellen, een wandeling maken met. Een kleine, gerichte inspanning. Onbaatzuchtige liefde kost wat, maar loont altijd. Op die manier kunnen we  – zoals directeur Klaas Harink van de Verre Naasten het uitdrukt – ‘redelijk vredig met elkaar samen leven’. Lijkt me een mooi en haalbaar streven voor dit leven nu.

Tagged on: