Ben je je bewust dat er maar één ‘nu’ is en dat er geestelijk gezien vanuit meerdere kanten belangstelling voor jouw ‘nu’ is? Je ‘nu’ kan zomaar geroofd worden…

  1. Nu-roof van buiten. We weten allemaal dat er maar één ‘nu’ is en dat is op dit ondeelbare moment tussen ‘geweest’ en ‘toekomstig’. Het ‘nu’ is erg belangrijk omdat alleen in het ‘nu’ dingen gebeuren, emoties worden geuit, contact wordt gelegd. Vandaar dat de Bijbel spreekt over ‘het heden van de genade’. Alleen in het heden kan God genade geven, kan Hij tot je spreken en door je heen spreken. Maar dat weet de tegenpartij ook. De duivel zal altijd proberen het heden te roven. Dat doet hij onder andere door verleiding, afleiding en drukte. Onder andere door het ‘nu’ zo vol te laten lopen met al die opwindende nieuwsfeiten dat we niet meer tot rust komen. In psalm 65:1 staat in de voetnoot van de NBV ‘Voor u is stilte een lofzang’. Als we in staat zijn het vliegwiel van de nu-opwinding zover tot rust te brengen dat er eerbiedige stilte ontstaat in ons hoofd dan kunnen we werkelijk met God omgaan. Voor veel mensen betekent dit dat ze zich bewust worden van de nu-roof van buitenaf. Het vergt een bewust keuze om in de jacht om het heden de juiste prioriteiten te vinden en ze te bewaken. Wat ik geleerd heb is dat het daarbij belangrijk is dagelijks de geestelijke wapenrusting (Efeziërs 6) aan te doen.
  2. Nu-roof van binnen. Voor veel mensen zit het heden ergens klem tussen verleden en toekomst. Meestal zonder dat ze het zelf door hebben en zonder dat ze daar zelf voor gekozen hebben. Ik bedoel daarmee dat gebeurtenissen uit het verleden je nogal in de weg kunnen zitten. Domme fouten die je hebt gemaakt. Verschrikkelijke dingen die je hebt meegemaakt. Angstig alles screenen van wat je gedaan of gezegd hebt. Je af vragen wat anderen van je vonden. Al deze somberheden drukken op het heden. Omdat je ziel je er ‘nu’ aan herinnert, het je ‘nu’ beklemt en misschien minder productief maakt in Gods Koninkrijk omdat je liefde inhoudt. Maar het kan ook gaan om prachtige dingen uit je verleden. Dat je vol bent van een verkoopdeal, kickt op de preek die zo goed ging, eindeloos nadenkt over dat geweldige familiefeest. Het kan je ‘nu’ volledig in beslag nemen. Tegelijkertijd kan de toekomst oprukken naar het ‘nu’. Kun je je angstig zorgen maken over wat komt, wat dreigt. Kun je piekeren over hoe het verder moet met mensen en gebeurtenissen. Of je kijkt met enthousiasme vooruit, maakt plannen en leeft eigenlijk al met twee benen in al die fantastische dingen die je wilt bereiken. Kan niet wachten! Al deze vier situaties (negatief/positief verleden en negatief/positief toekomst) vragen tijd in het heden, het ‘nu’. ‘Nu’ betekent in het Frans ‘naakt’ en zo voelt het ook wel. ‘Nu’ heeft iets met het echte, onverbloemde leven te maken. En dat is precies het moment waarop God ons leven wil binnenkomen, wil veranderen. Als het om ons verleden gaat dan wil God ons door Jezus Christus vergeven en reinigen van al onze zonden.  Efeze 1:7 (NBG): ‘In Hem hebben wij de verlossing, door Zijn bloed, de vergeving van de overtredingen, overeenkomstig de rijkdom van Zijn genade.’ Hij wil niet dat we ons heden onnodig laten vullen met lasten vanuit het verleden. Maar ook is het niet de bedoeling dat de toekomst ons heden onnodig belast. Jezus legt in de Bergrede uitvoerig uit dat je je geen zorgen hoeft te maken. Matt 6:33,34 (NBG): ‘Maar zoekt eerst Zijn Koninkrijk en Zijn gerechtigheid en dit alles zal u bovendien geschonken worden. Maakt u dan niet bezorgd tegen de dag van morgen, want de dag van morgen zal zijn eigen zorgen hebben; elke dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad’. Zoeken doe je in het nu, een actieve daad, goede focus. ‘Eerst’ geeft de prioriteit aan: eerst God en Zijn Koninkrijk. En Zijn uitnodiging om het heden niet onnodig te vullen met zorgen voor de toekomst.

Als ik een brandpunt zou moeten formuleren waar bovenstaande lijnen samenkomen dan is dat dat God tegen jou en mij zegt: ‘Geef mij je heden’. Of nog mooier: ‘Geef mij je heden, dan geef ik jou Mijn toekomst en vergeef ik je alles wat achter je ligt’. Ik ben er van overtuigd dat God de maker en onderhouder van alles en iedereen is; dat betekent ook dat Zijn grootheid onze kleinigheid in alles aan kan. Hij nodigt ons uit om onze kleinigheid, die vijf broodjes en twee visjes van ons, bij hem in te leveren zodat hij ze kan vermenigvuldigen.

Ik nodig je uit, daag je uit, om meer werk te maken van je heden, van jouw ‘nu’.