De woorden ‘vrijzinnigheid’ en ‘vrijzinnigen’ stonden in mijn jeugd ergens voor. Het waren liberale mensen die de Bijbel relativeerden en hele volksstammen besmetten met beweringen die het gezag van de Bijbel onderuit haalden naar een kleinmenselijk niveau van ‘vriend Paulus zei dit en ik vind dat’. Het waren de tijden dat ik grinnikend maar niet te luid ‘vrijzinnigheid’ vertaalde als ‘vrijonzinnigheid’. Representanten van de vrijzinnigheid als Kuitert moesten het bij ons thuis ontgelden en ook gereformeerde hoogleraren die zich niet fel tegen Kuitert keerden waren bij ons al snel verdacht. Het waren tijden van kerkstrijd en strijd om de waarheid van Gods Woord. De vrijzinnigheid was weliswaar klein, maar had veel invloed. Tom-Eric Krijger, die vorig jaar promoveerde op de vrijzinnigheid tussen 1870 en 1940, zei daarover in het RD: ‘wel is het waar dat vrijzinnigheid in haar georganiseerde vorm erg klein is geworden, maar dat haar invloed in kerk en samenleving veel breder is geworden.

En opeens zijn ze niet meer, die vrijzinnigen. Mensen komen er niet meer voor in beweging. De vrijzinnigen hadden het zelf al aan zien komen. Schreven al over het ‘hoe nu verder’.  De Theologie opleidingen zitten niet meer vol met professoren en studenten die vrijzinnige denkbeelden delen. Er is meer orthodoxie gekomen. Of je gelooft, of je gelooft niet in de levende Jezus, in de Bijbel als het ware Woord van God. Het gaf bij mij wel een ‘huh’ gevoel. Je kijkt even niet en plotseling is een deel van je wereldbeeld nodig toe aan een update.

Dit alles betekent natuurlijk niet dat het vrijzinnige gedachtengoed ook voorbij is. De vrijzinnigen halen op hun website Krijger aan die dit gedachtengoed als volgt beschreef in zijn proefschrift: ‘vrijzinnigheid gaat meer om het zoeken dan om het vinden, meer om het stellen van vragen dan om het geven van antwoorden’. Deze houding is springlevend. Ik lees en hoor voortdurend allerlei mensen die zoeken en vragen stellen. Hun eigen unieke geloofsmix samen willen stellen. Soms alleen op basis van christelijke uitgangspunten, soms een mix van allerlei godsdiensten. Voor mij staat dat heel ver af van de claim van Jezus: ‘Ik ben de weg, de waarheid en het leven’. Die woorden mogen op zich arrogant, discriminerend, fundamentalistisch en orthodox overkomen; voor mij zijn ze het zinnige antwoord op al onze vragen.