Een vraag die me intrigeert is: ‘Waarom had Jezus geen vrouwelijke discipelen?’ Waarom niet de helft van de twaalf discipelen vrouwelijk bijvoorbeeld. Ik ben geen theoloog, maar heb wel een paar gedachten en lever ze graag in voor betere.

& Jezus wilde niet tegen de lokale cultuur ingaan.

Dit argument is problematisch. Jezus koos er bewust voor om op diverse punten tegen de lokale cultuur in te gaan. Hij koos ongeschoolden als discipelen. Hij ging om met hoeren en tollenaars, at zelfs met ze. Hij leerde een andere leer dan cultureel aanvaard. Stelde de gebruikelijke joodse wetten aan de kaak, brak op sommige punten zelfs expliciet met die wetten. In zijn spreken en handelen gaf Jezus aan dat zijn commitment aan God voorging boven zijn commitment aan de lokale cultuur.

& Jezus kon niet tegen de lokale cultuur ingaan.

Moeilijk vol te houden. Jezus kon op veel punten tegen de lokale cultuur ingaan en deed dat ook. Gevolg was wel dat hij daarmee zijn eigen doodvonnis schreef. Maar de dood weerhield Jezus er niet van om dit pad te gaan. Hij was juist naar de aarde gekomen om te lijden, te sterven en op te staan uit de dood. Het aanstellen van vrouwelijke discipelen had dit proces kunnen versnellen, de tegenstelling nog scherper kunnen maken.

& Vrouwelijke discipelen zou een blokkade vormen voor zijn bediening.

Dat zou kunnen. In de eerste plaats omdat het voor mannen dan lastig zou zijn om ook discipel te worden. Geen enkele rabbi had vrouwen als discipel. Waar het ‘volg mij’ normaalgesproken als eer gezien werd, zou het je aansluiten bij een rabbi met ook vrouwelijke discipelen naast ‘volg mij’ direct ook ‘dood mij’ betekenen. De discipelen moesten nog groeien in het geloof en het leren kennen van Jezus. In dat licht wijs dat Jezus alleen mannelijke discipelen heeft aangesteld. In de tweede plaats zou de aandacht van het hele volk dan met name gericht zijn op het man/vrouw verschijnsel. Daar zouden de discussies over kunnen gaan, terwijl de discussie rond Jezus misschien in mindere mate ging om zijn laaggeletterde leerlingen maar vooral over hemzelf en zijn leer en leven. In de derde plaats zou het proces van lijden en sterven dan wellicht te snel gegaan zijn. De drie jaar gaf ruimte voor groei, wonderen, tekenen, volgelingen, gelijkenissen en lessen over de betekenis van het Koninkrijk van God en van de verwantschap tussen Vader, Zoon en Geest. Het was een snelle en effectieve leerschool voor de discipelen om na de opstanding verder te kunnen als kerkleiders en apostelen.

& Er waren geen vrouwen die in aanmerking kwamen.

Dit argument is moeilijk vol te houden. Op meerdere plaatsen wordt genoemd dat Jezus zowel mannelijke als vrouwelijke volgelingen had. De bekendste daarvan is Maria Magdalena. Qua rehabilitatie te vergelijken met Levi / Mattheus. Maar goed, Maria kwam pas later in beeld zou je kunnen zeggen. Toen waren de discipelen al verkozen. Maar opmerkelijk is dat Jezus haar ook niet naar voren schuift als ‘eerste reserve’. Als we over de kruisiging en opstanding lezen dan spelen zowel mannen als vrouwen een rol van betekenis. Het duidt op eenheid tussen de volgelingen. Hooguit voelden de niet-discipelen wellicht wat meer bewegingsvrijheid nu Jezus was opgepakt. Jezus wist dat Judas hem ging verraden. Hij had de discipelen kunnen meegeven dat ze, mocht er ooit een discipel wegvallen, Maria Magdalena zouden moeten benoemen.

& De tijd was er nog niet rijp voor tijdens het leven van Jezus op aarde.

Dat zou kunnen. Eerst het werk op aarde afronden. Eerst ‘het is volbracht’. Maar daarna? Hij had het expliciet aan kunnen kaarten na zijn opstanding. ‘En nu doorpakken naar vrouwelijke leiders’. Niet gebeurd. Ze verkozen Mattias in plaats van Judas. Jezus had vanuit de hemel de regie kunnen pakken. Een visioen aan Petrus kunnen meegeven, vergelijkbaar met het ‘neem en eet’. Niet gebeurd. Hij had zijn broer Jakobus als kerkleider in Jeruzalem na zijn opstanding kunnen meegeven ‘Jakobus, denk aan de vrouwen’. Niet gebeurd. Hij had zijn vertrouweling Johannes op Patmos kunnen instrueren als afsluiting van de Bijbel. Johannes die waarschijnlijk de laatst toegevoegde Bijbelboeken schreef. Een visioen over de plaats van de vrouw, over de rol van de vrouw in de zeven gemeenten in het ‘maar ik heb tegen jullie’. Ook na zijn opstanding heeft Jezus op diverse momenten gesproken met tal van mensen. En dat in de Bijbel laten optekenen. Maar geen woord over de positie van de vrouw als discipel, apostel of oudste.

& Jezus wilde alleen mannelijke discipelen.

Ik ken de discussies die momenteel spelen in CGK en GKV. Die al een tijdje achter de rug zijn in PKN. Die broeien in de Rooms Katholieke kerk en vooralsnog alleen binnensmonds worden gevoerd in de Reformatorische kerken. Bewegingen naar meer vrouwen op bepalende posities in de kerk. Als ik naar al die bewegingen kijk dan intrigeert me des te meer de vraag waarom Jezus geen vrouwelijke discipelen had, ze evenmin voorstelde of zijn discipelen aanraadde om op termijn ook vrouwen aan te stellen. Na de opstanding van Jezus zien we allerlei bewegingen in de jonge kerk. Allerlei gelovige mensen die allerlei gaven krijgen. Maar als het gaat om discipelen, apostelen en oudsten dan zie ik alleen dat mannen die verantwoordelijkheid krijgen, daartoe geroepen worden. Ja, ik denk dat Jezus alleen mannelijke discipelen wilde.

& We hebben alleen mannelijke bijbelschrijvers.

Misschien is je tegenwerping: ‘Alle bijbelschrijvers waren mannen, als we vrouwelijke schrijvers hadden gehad dan was er veel meer nadruk geweest op de rol van vrouwen en waren er veel meer woorden van Jezus opgenomen over de positie van de vrouw’. Geen gekke gedachte. Het is inderdaad opvallend hoe weinig er over vrouwen geschreven staat in de Bijbel. Zelfs de oplijsting van geloofshelden in Hebr 11 vermeldt maar twee vrouwen en kiest voor Barak in plaats van Deborah. Of je gaat iets verder: ‘Paulus was vrouwonvriendelijk met zijn teksten over onderwerping en zwijgen’. Het is maar de vraag of Paulus vrouwonvriendelijk was. Hoe kan het dan dat zoveel vrouwen hem op meerdere plekken in tranen op het strand staan uit te zwaaien? En zou onze vrouwvriendelijke God een vrouwonvriendelijke man de kans hebben gegeven om de helft van het Nieuwe Testament vol te schrijven? Dieper ligt de vraag wat het gezag is van Bijbelwoorden. Zijn het (mannelijke) mensenwoorden – of hebben deze mensen weliswaar een duwtje van God gehad maar zijn ze daarna hier en daar uit de bocht gegaan – dan kun je je eigen woord daarnaast en/of tegenover leggen. Als het Gods geïnspireerde woorden zijn, opgeschreven door mensen zoals jij en ik, dan is zowel wat er in de Bijbel staat als hoe het er in staat van God afkomstig. Dat laatste geloof ik op basis van 1 Petr 1. Een tussenweg tussen deze twee standpunten zie ik zo niet voor me.

Nog even een drietal nabranders.

1 De Bijbel is geen gewoon boek. De Bijbel zegt zelf dat je de Heilige Geest nodig hebt om goed te begrijpen wat er in staat. Hulp vragen van de Heilige Geest is dan ook de belangrijkste stap voor jou en mij voordat we de Bijbel lezen of iets vinden van wat in de Bijbel geschreven staat. Het betekent ook dat het begrijpen van de Bijbel niet voorbehouden is aan geleerden.

2 Vrouwen zijn me dierbaar. Ik heb op geen enkele manier de bedoeling om de helft van de wereld tegen me in het harnas te jagen. Evenmin om vrouwen te diskwalificeren, te discrimineren of ze rechten te ontnemen. En ik begrijp ook de frustratie van vrouwen omdat mannen stelstelmatig hun macht misbruiken ten koste van vrouwen, zowel binnen als buiten de kerk. In die zin zou het beter zijn om juist als christelijke man op alle terreinen op te komen voor de vrouw. Maar al deze overwegingen zijn voor mij geen reden om deze blog dan maar niet te schrijven. Ik heb geen belang voor de man of tegen de vrouw in deze discussie. Ik wil graag samen met je ontdekken wat God zegt in de Bijbel. Hooguit kun je je afvragen of het moment van schrijven gelukkig is, maar wanneer dan wel?

3. Kunnen we het nog van elkaar hebben als iemand een minderheidstandpunt innemen? En als dat standpunt een wat conservatieve geur heeft? Volgens mij leven we steeds meer in een meerderheidscultuur – zowel binnen als buiten de kerk – waarbij de gedachte wordt omarmd dat we worden geacht bepaalde eerder ingenomen standpunten ontgroeid te zijn. Het militante karakter van die ontwikkeling baart me zorgen.

Tagged on: