Geplaatst op december 21, 2012

Houden van je kind is even simpel als ingewikkeld is mijn ervaring. Een beetje hetzelfde als geloven. Zodra je denkt dat je het vast hebt gepakt glipt het uit je vingers; zodra je erkent dat je het niet (alleen) kunt krijg je er meer grip op. Oeps, wat komt er nou in de namiddag uit mijn vingers rollen? Vooruit, zet hem maar op een tegeltje dan.

In de loop van de jaren heb ik heel wat boeken begraasd en ook allerlei boeken over relaties, psychologie en meer van dat soort snotterigs. Het boek van Gary Chapman steekt daar toch wel met kop en schouders bovenuit. Voor mij dan he. En dan niet zozeer het hele boek, maar zijn vijf liefdestalen (let op!: liefdes-talen, niet liefde-stalen) die hij beschrijft. Die vijf talen dat zijn de vijf essentiële zinnen in zijn boek. De rest is remweg om de kaft vol te maken 😉 😉 Whoppa, tweede tegeltje. Het wordt hier straks een complete badkamer joh met al die tegeltjes.

De vijf talen dus. Ik zal ze hieronder wat koppie-right omschrijven, zodat je er een beeld bij hebt.

1. Positieve woorden. Men, ik stap vanmiddag uit de auto en hoor ik aan het eind van de straat een voor dit doel geanonimiseerd volwassen persoon een kind met woorden belagen als ‘stomkop’, ‘wat ben jij dom’ en meer van dat soort laaghangend fruit. En even een HBO-grap: sommige volwassenen verdenk ik er van dat ze alleen maar in lidwoorden met hun kind kunnen praten.

Paar mogelijkheden: a. De volwassene is dom. b. De volwassene wil het kind bewust beschadigen. c. De volwassene denkt dat deze taal nodig is om door het pantser van het kind heen te komen (hoe zouden ze dat pantser toch gekregen hebben? nou nou nou?) d. De volwassene denkt dat het gewoon is omdat iedereen het hier zo doet. e. De volwassene heeft gewoon even ging zin in nu.nl; het leven is al zwaar genoeg als het kind een keer meewerkt, laat staan als etc.

Even een wetensaardigheidje: tegenover één negatief woord heb je vier of vijf positieve woorden nodig om de schade te herstellen. Dus weet wat je doet. Maar positieve woorden, complimenten, iets aardigs, zijn balsem voor de ziel zeg maar. En zekers als je niet met ingespannen adem hoeft te wachten op de eerstvolgende rotte ademtocht van de volwassene. Nog even een tegeltje, zij het deze keer niet van mezelf: Waar je door gevoed wordt, ga je naar handelen. Mensen die in hun (jonge) jeugd gevoed zijn met lieve, positieve, complimenteuze, raak gekozen woorden, gebruiken zelf ook fijne woorden richting vriendjes, vriendinnetjes, buren, ouders, toevallige voorbijgangers etc. Dus de hele leefomgeving wordt er mooier van. Nou, alleen al die gedachte is de inspanning waard toch?

Nou ja, dan gaan we (zucht) maar lieve woorden gebruiken he? Maar lieve mensen, dat gaat niet vanzelf. En het helpt geen ene fluit als je dat na 10 therapeutische sessies ‘opvoeden of africhten’ als trucje meekrijgt. Wat nodig is, is authenticiteit. Echtheid. En dat roept de vraag op (remember: ik zou eerlijk zijn in deze blogs): waardoor wordt jij als Papa gevoed? Om het even bij mezelf te houden: ik begin elke dag met een stukje uit de Bijbel. Het meest actuele boek dat er is. Een bestseller, maar gek genoeg nooit in de top-10 bij de Bruna. Een heerlijk boek boordevol levenslessen van een God die intens van mij houdt. Ah, men (spreek uit: amen) dat geeft me zin om uit te delen. Tuurlijk, ik heb ook niet altijd mijn dag, maar ik merk wel dat ik een lievere, krachtiger, toegewijdere Papa kan zijn als ik me zelf eerst laat voeden door Iemand die vele malen groter, doelgerichter, liever, echter, ouder, jonger en humoristischer is dan ikzelf ben. Het leuke is dat dat ook de band met mijn vrouw versterkt.

Ik was van plan de vijf talen van de liefde even in deze blog er door te jassen, maar ik blijf hangen bij het eerste kapstokje. Nou ja, tijd zat hoor. Om het met Sesamstraat te zeggen: volgende keer verder lieve kijkbuiskinderen. Oh ja, nog één dingetje. Spreek nooit met je kind in jij-boodschappen. Nee, geen AH deze keer. Het gaat er om dat als je iets zegt, je het bij jezelf houdt en reeel blijft. Dus niet: ‘jij zit ook altijd te klieren’ om meerdere redenen: 1. Niet ‘jij’ maar ‘ik’ gebruiken. 2. Hij staat. 3. Niet altijd, maar slechts een paar keer per dag. 4. Klieren is een containerbegrip. Weest concreet. Dus een betere boodschap zou zijn (zeg ik als psycholoog van de koude grond, maar vooral als ervaringsPapa): ‘Zeg Theodorus, ik wordt er verdrietig van dat je Theodora nu weer aanraakt, terwijl ze net gezegd heeft dat ze dat niet leuk vindt. Waarom doe je dit?’

Nou sccs ermee! Be a blessing as Papa!