Iedere tijd heeft zijn eigen kreten. Bizarre uitspraken, die je volstrekt normaal vindt omdat je nou eenmaal kind van je culturele context bent. In deze blog een aantal van die uitspattingen. In de hoop dat ze voor wat aha-erlebnis en deja-vu gaan zorgen.

‘Nou moe’ is er zo eentje. Uit te spreken als je verbaasd bent. ‘Nou moe, dat ik jou hier nou tegenkom.’ Naar de letter is het wat onaardig. Dus oppassen als je een nieuwe Nederlander tegenkomt die de taal nog niet helemaal beheerst. Die zal horen ‘ik wordt er nou al moe van dat ik je hier tegenkom.’ En ook al zou dat zo zijn, dan zeg je dat niet in Nederland. Het zal wel niks met moeheid te maken hebben. Maar wat dan wel? Kijk, als je je moeder aan zie komen is er ook nog enige relevantie. Dan spreek je haar immers aan…

‘Kom kom.’ Ken je die? ‘Kom, kom, zo triest is het weer nou ook weer niet.’ Een uitdrukking de verzachting moet opleveren. Niet dat je moet komen hoor. Blijf gerust staan waar je staan, zouden ze hier zeggen. Of bedoelen ze dat ze de regen in een twee kommen hebben opgevangen en concluderen dat er weinig regen is gevallen? Of is het ene kommetje stiekum weggekropen uit angst voor het weer en roep je hem te voorschijn? Kun je het nog volgen? Ik wel hoor 😉

‘Asjemenou.’ Verkorting voor ‘als je me nou’, een uitdrukking die verbazing weergeeft. ‘Asjemenou, wat veel aardbeien’. Eigenlijk is het een zin die wacht op voltooiing. Eigenlijk bedoel je ‘asjemenou wat veel aardbeien geeft.’

‘Poe poe.’ Drukt respect en verwondering uit. ‘Poe poe, wat zit jij netjes op je potje’ zeg je dan. Ik vind het altijd wat lastig om er niet ‘poepoep’ van te maken. Waarmee de zin over het potje meteen een hoop invulling krijgt 😉 Maar het kan ook zijn dat je Winnie the Pooh aanspreekt, terwijl hij nog wat ver weg is, zodat hij je bij één keer roepen nog niet hoort.

‘Wel heb ik jou daar.’ Drukt verbazing uit. Ik heb dit altijd een hele rare zin gevonden. ‘Wel heb ik jou daar, moet je nou eens kijken wat er op tafel ligt.’ Het ongemak met deze zin zit in het bezitterige. Jij hebt mij helemaal niet. En hoezo heb je mij daar, waarom niet hier. Dat zou dan nog logischer zijn. Je hebt jezelf toch ook niet daar? Hij kan ook korter ‘een onweersbui van heb ik jou daar’. Dan geeft het de grootte aan. Een gigantische onweersbui. Niet dat die verkorte versie charmanter is, want ik wordt dan wel even vergeleken met die onweersbui daar. Of als de veroorzaker van het onweer aangewezen. En dat is meestal 😉 niet terecht..

Wie kent er nog meer?