De emotie zit dus in de klinkers, meer dan in de medeklinkers. Vervolgens merk ik dat er verschil is tussen de emotie in de korte klinkerklanken (introvert) en de lange klinkerklanken (extravert). Voorbeelden van korte klanken zijn: ‘hè, jammer’, ‘belabberd’, ‘eng’ en ‘angstig’. Voorbeelden van lange klinkerklanken zijn ‘gaaf hé!’. ‘mooi, Daan!’, ‘muziek’ en ‘woow’. Bij woorden met meerdere lettergrepen gaat het dan om de lettergreep die de klemtoon krijgt.

Voor mij ook nieuw terrein hoor, maar ik wil nog een stapje verder. Als ik het goed heb zijn de vier hoofdemoties bang, boos, blij en verdrietig. Die termen passen vrij goed bij de inhoud. Bang is een introverte emotie. Bang, angstig, eng zijn allemaal woorden met korte klinkerklanken. Verdrietig is ook een introverte emotie. Daar passen de woorden sip, bros en droevig bij. Boos is een extraverte emotie. Daar passen de woorden kwaad, furieus, wreed, naar en razend bij. En bij de extraverte emotie blij passen woorden als heerlijk, gaaf, mooi, super.

Tja, en dan rest nog iets eigenaardigs. En dat is dat het woord ‘klinker’ veel en veel te saai, te somber en te klinisch is voor de emoties die het zou moeten uitdrukken. Maar misschien is het geheim wel dat ‘klinker’ zo neutraal overkomt omdat je je best moet doen hem te ontdekken, te leren kennen. Waarom doet me dit nou opeens aan mannen denken? 😉