Regelmatig merk ik dat wij Nederlanders wat klem komen te zitten in vertrouwen versus wantrouwen. Een paar gedachten.

& Vertrouwen en wantrouwen doen denken aan trouwen, trouw en toevertrouwen. Trouwen is een oneindige verbintenis met elkaar aangaan. Plechtig en met getuigen. Je belooft elkaar trouw in goede en kwade tijden totdat de dood je scheidt. Vertrouwen is minder plechtig, maar heeft ergens wel de gevoelswaarde van trouwen en trouw. ‘Zij is te vertrouwen’ is een zware lading. Een stempel. Een bouwsteen. En als het vertrouwen wordt geschaad dan vinden wij dat als Nederlanders heel ernstig. Bonter kun je het haast niet maken. Dan heb je echt iets grondig fout gedaan. Iemand is diep in je teleurgesteld.

& Het is dan ook niet gek dat als het vertrouwen geschaad wordt, het woord ‘wantrouwen’ meten oppopt. In de politiek is dat een veel gebruikt figuur. Zodra je zegt dat het vertrouwen wordt geschaad is de reactie ‘wantrouwt u mij’. En wantrouwen ligt dicht bij een formele motie van wantrouwen. En als die motie een meerderheid krijgt dan zijn je laatste dagen wel geteld als politicus. Je wilt dus graag wegblijven van ‘wantrouwen’.

& Er is iets geks in dit geheel. Als ik iemand aanneem voor een functie dan geef ik hem mijn vertrouwen. Ik ben er van overtuigd dat hij het kan. Maar eigenlijk is de essentie van dit ‘vertrouwen’ met name ‘toevertrouwen’. Ik vertrouw hem die taak toe. Aha, en als het niet blijkt te werken dan is er geen sprake van wantrouwen, maar van ‘afvertrouwen’. ‘Toe’ en ‘af’ zijn daarin gevoelsmatig veel lichter dan ‘vertrouwen’ en ‘wantrouwen’. Misschien dat we in onze neiging om het over ‘vertrouwen’ te hebben iets meer kunnen overwegen of de term ‘toevertrouwen’ niet meer passend is, zodat we wegblijven uit de akelige ‘wantrouwen’ hoek.

& Er is nog is geks. Kijk, als je het over vriendschap hebt dan kan het zijn dat je iemand je vriend noemt. En na een tijdje zakt dat wat af. Nee, zij is mijn vriend niet meer. Het wordt dan een kennis en uiteindelijk kan het een vage kennis worden. Maar zodra je zegt dat iemand niet meer je vriend is dan denken we niet meteen ‘o, dan is die persoon dus je vijand geworden’ . Uiteraard afhankelijk van hoe je het zegt, maar in zijn algemeenheid onderkennen we allemaal een glijdende schaal tussen ‘vriend’ en ‘vijand’ en het vage gebied er tussenin, het niemandsland.

& Is het ook niet mogelijk om een ‘niemandsland’ te maken tussen ‘vertrouwen’ en ‘wantrouwen’? Je hebt mijn vertrouwen geschaad, dus ik moet nog even wennen aan de nieuwe situatie. Misschien laat ik het wel in het midden of ik je vertrouw. Misschien vind ik het wel niet zo heel belangrijk en misschien wil ik eerst je gedrag de komende tijd zien om te ontdekken of je mijn vertrouwen gaat herwinnen of dat je langzamerhand opschuift richting ‘wantrouwen’ .

Dus een klein pleidooi voor langzame haast bij de oversteek van ‘vertrouwen’ naar ‘wantrouwen’. Uit liefde.